Aangepast zoeken
 

Verslag
Ballastière de Donchery

Mei 2009

 

SESSIE DONCHERY – MEI 2009

Het verhaal begint eigenlijk op vrijdag 1 mei 2009, Collin en ik bezochten het Fish-Ned Indoor/Outdoor Fishing Festival, in het Silverdome, te Zoetermeer.
Een hengelsportbeurs binnen en demonstraties buiten. Er zou ook muziek zijn en activiteiten voor de kids en de dames.
Ik zal er niet al te negatief over schrijven, maar ik was toch vrij snel uitgekeken. De muziek heb ik niet gehoord of gezien, behalve dan het muziekkorpsje wat de opening van het gebeuren begeleide door de clown Ronald McDonald, van de bekende hamburgers. Verder waren de demonstraties niet echt spectaculair, hoewel ik bij de karpervisdemonstratie de mazzel had dat er net een werd gevangen.
Wat ik vooral miste, waren stands met tweedehands spullen, altijd leuk om te snuffelen en soms haal je er iets vandaan wat je anders vanwege de prijs niet zou hebben gekocht.
Voor een eerste keer was het best wel aardig, aan het enthousiasme van de deelnemers lag het zeker niet.

Maar ok, ons verhaal! Ga je naar een beurs, dan heb je meestal wel iets in je hoofd, wat zeker mee naar huis genomen wordt. Zo was dat bij mij niet anders, mijn interesse ging vooral uit naar een bivvy. Nachtvissen was voor mij al weer 6 jaar geleden en zonder tent zouden daar nog wel wat jaren bij komen. Dus kocht ik een goedkope bivvy, een voor 2 personen.
Thuisgekomen, lieten we het tentje aan mijn vrouw zien. Mooi tentje, zei ze, maar wanneer ga je ‘m nu gebruiken? Tja, nog niet over nagedacht, hoewel ik er zeker nog in 2009 gebruik van wilde maken. Het vervelende was, dat vismaat Kronkel in de ziektewet liep met een meniscusblessure. Dus vroeg ik of Collin nog ergens vrij van school had en zowaar met Hemelvaart was hij nog een paar dagen vrij.
Nu ik nog, ik moest 3 nachtdiensten vrij hebben en hoewel ik er ’n paar dagen voor in spanning moest zitten, kreeg ik ze vrij. Al weer ’n hobbel genomen, nu nog de locatie.

Ik wilde op zeker naar Frankrijk, omdat nachtvissen in Nederland pas na 1 juni mag en in Frankrijk mag het al vanaf 1 mei. Ik wilde niet te ver weg, dus dan valt de keus al gauw op het Lac des Vieilles Forges, vooral ook omdat ik daar al geweest ben.
Nu dit allemaal vast stond, werd een aantal malen Carpscabin bezocht, om toch nog diverse andere spulletjes, nodig voor het nachtvissen, te kopen. He! Ik zat me er al helemaal op te verlekkeren!
Maar helaas, er kwam een kink in kabel. Op ’n avond zit ik nog wat te spitten op het net en kom daarbij ook op de site van de UNPF, natuurlijk surf ik ook even naar Departement 08 Ardennes, waar Vieilles Forges zich in bevindt en tot mijn grote schrik lees ik dat er uitgerekend gelijk met ons bezoekje aan France, een enduro wordt gevist op Vieilles Forges. Wat nah?  

Zou je er al tussen mogen zitten, dan nog zou ik het niet willen, want je gaat uiteindelijk toch voor je rust zitten vissen, nietwaar. Nog even daargelaten, dat je het niet droog houdt in je tent, want er wordt dan zoveel voer ingeflikkerd, dat het waterpeil zeker 1 meter stijgt. Probeer dan nog maar eens wat te vangen.
Om de mogelijkheid open te houden, later in het jaar naar Vieilles Forges te gaan, moest er een water in de buurt gevonden worden, zodat er geen dubbele vergunningen aangeschaft hoefden te worden. De keus viel uiteindelijk op
Ballastière de Donchery, een afgraving van 21 ha, langs de Meuse (Maas).


Er was niet zo veel over te vinden, maar ik kwam wel ergens tegen dat er mooie vissen te vangen waren. Ook nachtvissen was toegestaan rond het hele meer.
Het verlekkeren kon weer doorgaan. Eigenlijk was het best wel spannend, zo’n onbekend water.

EINDELIJK

Ik had de avond er voor nog even ’n avonddienstje, uitgerekend de zwaarste loopdienst die er is. Thuisgekomen nog even wat dingen doorgenomen, al het overige stond al klaar en na een paar biertjes om 03.00 uur naar bed. ’s Morgens om 07.00 uur al weer op om de wagen in te pakken. Na een snelle rit van 5 uurtjes (veel stoppen, want ik was verrot!), haalden we onze vergunningen bij de Total in Sedan.
Voor de TomTommers, het adres is te vinden op de site van de UNPF, departement 08.
We kunnen vissen!

In 5 minuten waren we bij de afslag Donchery, dan naar rechts, gelijk rechts is de eerste toegang naar het meer. Hier stond al een Nederlandse auto met twee heren uit 020, die door een Franstalige Belg uitgelegd wilden krijgen waar zij een vergunning konden kopen. Zeer tegen m’n gewoonte in, heb ik ze zowaar geholpen. Ware het niet, dat zij mijn uitleg wel in sappig Haags moesten aanhoren. Ondanks dat bleek een half uur later dat ze het toch begrepen hadden, het was gelukt!
Wij weer verder. Een paar honderd meter verder is er nog een zandweg naar rechts en die namen wij. We kwamen uit op een soort zandpleintje, waar verschillende zandpaden op uitkwamen, allen alleen geschikt voor een 4x4. Het pleintje was dus ons einddoel en uitgerekend hier was een stek vrij, dachten wij. Er liep een zandpad naar beneden, naar het water. Er was te zien aan de sporen, dat men er wel eens een boot te water liet, maar ook waren er meerdere plaatsen waar een tent had gestaan. Ideaal toch, auto vlak bij, dus opbouwen maar. Dat mijn spoorzoekkunsten van grote klasse bleken te zijn, daar zouden wij in het verdere verloop nog wel achter komen. Andere stekken waren voor ons met de auto niet te bereiken. Schuin aan de overzijde waren nog wel stekken vrij, maar die waren zelfs lopend niet te bereiken, alleen een boot kon daar komen.
Eindelijk konden we onze stek en bivak op gaan bouwen. Tent opgezet, luchtbedden en boot opgeblazen en (Hèhè) vissen!

Ze lagen nog nauwelijks in het water, komt er een vent naar onze vergunningen vragen. Leuk! Maar dat gaat zomaar niet, moet je net bij mij zijn, een beveiliger, dus legitimatie laten zien meneer. Snapte ie niet. Collin had geen zin in problemen en liet zijn vergunning zien, dat vond meneer voldoende en vertrok. Gelijk daarna stonden de heren uit 020 weer achter ons en aanschouwden het water en de stekken en stelden de vraag die standaard bleek te zijn voor iedereen die onze stek bezocht: hoe lang blijven jullie. Ook die andere vent had dat al gevraagd. Populair stekkie blijkbaar. De heren 020 probeerden ons nog tot verhuizen te bewegen, door op te merken dat er wel erg veel auto’s met kerels rond het pleintje hingen (wat nog waar was ook!) en dat we ’n lekker stekkie hadden uitgezocht, vlakbij een homo-ontmoetingsplaats. Tja, hadden wij, jammer voor hen, geen boodschap aan. Bleek ook achteraf niet zo te zijn. Dus 020 ging zijn heil elders zoeken.
 


De stek bleek ruim, met veel wier aan beide zijden tot boven het wateroppervlak. Recht vooruit ook wier, maar dat stond wat dieper. Zeer helder water en achter de wiervelden donker water, geen bodem te zien, wat inhield dat het daar dus behoorlijk diep was. Verder konden we zeker wel 400 meter vooruit gooien, dus mogelijkheden genoeg.
Na dit alles, het opbouwen en uitvaren van de lijnen (wat we maar 1x deden, verder gewoon ingooien), eindelijk tijd voor een hap eten, broodjes, soep en een hamburgertje.
Genietend van een lekker bakkie koffie, werd het nu wachten op de dingen die komen gingen, zo hoopten wij. Collin kreeg op beide hengels wat losse piepjes en net toen ik op m’n stoel zat te knikkebollen, kreeg ik ’n halve run, jammer genoeg stopte hij er mee. Vlak voor het donker ging Collin nog even lopen pielen met ’n pennetje, aas maïs. Hij ving twee mooie grote voorns van boven de 25 cm. Gedurende de rest van de avond moesten we nog een aantal malen mensen antwoord geven op de bovengenoemde vraag. Blijkbaar allemaal lui die bekend waren met het water. Ook viel op dat ze elkaar allemaal kenden. Voor het merendeel waren het allemaal Nederlanders.

Donker! Dus de tent uit proberen. Nah, die voldeed prima. Maar slapen? Waardeloos! Nog afgezien van het gevecht met de slaapzakken en luchtbedden, bleek er ’s nachts een enorme berg herrie te zijn, veroorzaakt door het vrachtverkeer op de snelweg en door de spoorbaan ’n paar kilometer verder, waar de hele nacht goederentreinen af en aan reden. Verder maakten nachtvogels een enorm kabaal.
Tijdens het slapen schrok ik twee maal wakker door piepjes van onze optonics, Collin sliep blijkbaar wel en merkte er niets van. Jammer genoeg geen runs. Op een gegeven moment moet het mij toch ook gelukt zijn om in slaap te vallen, want toen er wel een run kwam (04.30 uur), hoorde ik hem niet, maar Collin gelukkig weer wel. Collin sloeg aan en gaf hem over met de mededeling dat er wel wat aan zat, maar dat het geen grote kon zijn. Eerst dacht ik dat het een bos wier betrof, maar vlak bij de kant bleek het een flinke brasem te zijn. Mijn PR brasem was 54 cm, deze was echter 56 cm, dus het eerste succes in Donchery, een nieuw PR brasem. Uiteraard moest ie op de foto. Jammer dan, er bleek geen kaartje in het toestel te zitten en het andere toestel was zo gauw niet te vinden. De vis mocht dan ook gelijk gaan zwemmen, dan maar zonder plaatje. Balen!
 


De slaapzak maar weer in, dit lukte tot 07.00 uur en toen begon de ellende alweer, pottenkijkers. Wakker geworden van het luide gelul van 2 kerels op het pleintje boven, besloot ik om maar op te staan en een bakkie te gaan zetten. Gelijk daarop werden we belaagd door een heer en dame met een enorme rottweiler. Aardige lui, die al kennissen op de plek links van de onze hadden zitten. Ook zij stelde weer “de Vraag”! Na wat rondkijken, besloten zij, om maar bij de kennissen te gaan zitten. Was ik al lang blij om, want de rottweiler bleek intussen bijzondere belangstelling te hebben voor onze bivvy, waar Collin nog lag te slapen. En als we bij ons thuis iets “niet” zijn, dan is het wel hondenvrienden.
Tijd voor ons eerste ontbijtje, broodjes, ham, kaas, gebakken eitje, koffie en thee. Genieten! Al bleek dit maar weer van korte duur.
De volgende bezoekers zouden het voor elkaar krijgen, dat ik moordneigingen kreeg.

Twee gasten, Nederlanders, kwamen stoer naar beneden lopen en stopten aan de rand van het water, op onze stek. Geen “goeiemorgen”. Nee, ze negeerden ons totaal. Vervolgens stonden ze te discussiëren, welke stek ze zouden gaan bezetten. Eentje loopt naar boven en begint  onze stek vol te zetten met spullen. Ondertussen hadden wij dat even aan zitten kijken en werd mij duidelijk dat zij met een boot, vanaf onze stek, tussen onze hengels in, naar de stek aan de overzijde wilden varen en dit alles zonder ook maar iets te vragen. Jezus, wat ’n aso’s!  Op mijn vraag: “wat gaan we doen heren”, kreeg ik als antwoord: “Overvaren. We komen hier al 5 jaar en gaan hier altijd het water op, moet je maar niet op een boothelling gaan zitten.”
Mijn speurneus had het dus toch bij het rechte eind, een boothelling dus. Een geïmproviseerde boothelling, want de echte boothelling bevond zich in de hoek, vlak bij de snelweg, in elk geval volgens het kaartje van de Association De Peche Des Ballastieres Departementales, wat ik bij de vergunning had ontvangen.
Het antwoord beviel mij niet en ik barste los in een plat Haagse scheldkanonnade, waarbij alle, in het Haags gebruikelijke enge ziektes de revue passeerde. Alles te vergeefs, want zij gingen gewoon door met uitpakken. Ik realiseerde me, dat ik het niet op een knokpartij kon laten uitdraaien, omdat ik als vader Collin niet in zo’n situatie wilde brengen, dus vroeg ik Collin om zijn hengels binnen te draaien en plaats te maken voor die debielen. Ik zat me te verbijten en kon het toch niet laten om ze steeds maar weer af te zeiken, waarop zij op een gegeven moment, vuurrood en wild gebarend, een Zwolse vertaling van mijn teksten naar mij toe schreeuwden. Eindelijk waren ze klaar en vertrokken met volgeladen boot. Zeikerig wenste ik ze nog een goede vangst. Sukkels! Helaas, het was nog niet voorbij, een half uur later moest er nog een vrachtje opgehaald worden. Dat bleek het voer te zijn. Kolere zeg, 'n hele boot vol!

Na dit voorval konden we weer aan vissen gaan denken. We besloten de lijnen niet meer uit te varen, maar gewoon in te gooien, zodat we de stek niet meer hoefden te verlaten.
Er verschenen die dag nog vele hengelaars, Nederlanders, Belgen en Fransen. Vervelend, maar geen problemen meer. Het werd avond, zonder ook maar een teken van karper. Ik maakten een bordje bami klaar, met balletjes in satésaus. Even daarna kregen we een fikse onweersbui, waarbij ik uit veiligheidsoverwegingen besloot om deze maar in de auto uit te gaan zitten. Hierna bleek de helling en onze stek bijna onbegaanbaar geworden, zo glad. Alle spullen zaten door het opspattende regenwater onder een vieze dikke gele leemlaag. Nog 1 keer gooiden we lijnen in, om vervolgens te gaan slapen. Deze keer geen vogels, bijna geen treinen en weinig verkeer op de snelweg. Helaas ook geen verkeer onder water, het bleef de hele nacht stil.
 


Weer niet best geslapen, maar toch nog goed genoeg om pas om 06.30 naar buiten te gaan, Collin sliep nog. Het was nu vrijdag en je hoopt dat je al die pottenkijkers nu wel gehad hebt. Niets van dat alles. Ik stond nog geen 5 minuten buiten, toen er boven op het pleintje een LR Defender stopte, met een stalen boot op de trailer. Daar achter nog een wagen met een stalen boot. Ik deed net of mijn neus bloede en tuurde over het meer, tot ik het portier hard dicht hoorde slaan en er iemand, als door de duivel bezeten, luidkeels in het Frans begon te schelden. Ik maande hem tot stilte, want Collin sliep nog. Dat bleek olie op het vuur. Wild gebarend en nog harder scheldend kwam het mannetje met uitpuilende ogen naar mij toe. Jammer voor hem, verstond ik er geen bal van, afgezien dan van het woordje “bateau”.  Achter hem kwamen nog twee kerels naar beneden, ook scheldend, zij het iets minder hard. Ik dacht: “Daar gaan we weer” en maande hem nogmaals tot stilte, echter zonder succes. Ik zei hem in het Nederlands dat ik stond te vissen en dat ie me met rust moest laten. Toen begon ie schuimbekkend te roepen: “vissen, vissen , vissen……..Ahhhhhhhh” en liep, ondertussen nog hevig scheldend, terug naar zijn auto. Een vierde kerel stond zich bovenaan een aap te lachen, mogelijk omdat het mannetje deze act wel vaker opvoerde. Hierna vertrokken ze. Later zag ik beide boten met hun bemanning ronddobberen op het meer. Bij de echte boothelling was het ze blijkbaar wel gelukt.

Mocht het bovenstaande ietwat humoristisch overkomen, het was het niet. Al weer liep ik te shaken, omdat ik die mafkees het liefst op z’n giechel had geslagen, maar dit omwille van Collin niet kon maken, overigens had ik met die overmacht altijd het loodje gelegd. Collin was natuurlijk wakker geworden van al dat kabaal, maar kroop gauw weer in zijn slaapzak om nog wat te slapen. Ik ging maar ’n bakkie zetten en onder het genot van de koffie, vroeg ik me af, of ik dit eigenlijk wel wilde. Het was pas vrijdag en het weekend moest nog komen, dit voorval zou zeker niet het laatste zijn. Toen Collin om 09.00 uur de tent uit kwam, gingen we eerst een ontbijtje maken. Onder het eten vroeg ik hem wat hij er van vond en wat hij van de volgende dagen verwachte. Uit zijn antwoorden bleek dat hij er het zelfde over dacht als ik en zo besloten we om het maar voor gezien te houden. Jammer, omdat het voor hem de eerste nachtviservaring was en op deze manier eentje om snel te vergeten.
Rustig aan, deden we er 2 uur over om alles in de auto te laden. Op het moment dat de tent plat ging, kwam een van de Zwolse mafkezen overvaren, waarschijnlijk om er op toe te zien, dat zijn auto heel achter zou blijven. Zoals de waard is, vertrouwd ie zijn gasten, toch? Eerlijkheidshalve heb ik er wel een moment aan gedacht, om wat lucht uit zijn banden te stelen. Maar dan zou ik me verlagen tot het zelfde niveau als deze zich “karpervissers” noemende aso’s. Een snelle rit naar huis volgde, waar we met z’n alle ’n lekker Chineesje soldaat maakten.

Donchery, of is ’t Don(‘t)chery, nooit meer!

Mvg

metalman