Startpagina

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Aangepast zoeken
 

Zeevis Soorten

 

Zeevissoorten, dat zijn er nogal wat, als we alleen al het gebied bekijken, waar wij als Hollanders het meest actief zijn. Ik beperk me dan tot de West- en Noord Europese wateren. Hieronder een lijst van vissen, welke vaak gevangen worden, in zowel de kustwateren en delta's, als in de diepere gedeelten. Er zullen zeker een aantal vissen ontbreken en ook zijn erbij die om diverse redenen, zoals bijvoorbeeld de klimaatverandering en de overbevissing, zeldzaam zijn geworden.

kabeljauw of gul (Gadus morhua)

Verspreiding:
Noordelijk IJszee, het Noordoosten van de Atlantische Oceaan, de Oostzee en de Noordzee.
Waterdiepte:
De kabeljauw leeft tot op diepten van 600 meter, maar ze zijn meestal te vinden op 50 tot 200 meter.
Kenmerken:
De kabeljauw heeft 1 baarddraad op de onderkaak.
Hij heeft 3 rugvinnen en 2 buikvinnen.
De kleuren variŽren van bruinachtig tot lichtgrijs.
De flanken en rug zijn gevlekt.
Op de zijkanten loopt een lichtgekleurde lijn.
Maximale maten:
Lengte:  170 cm
Gewicht:   40 kg

Voedsel:
Wormen , schaaldieren en vis
Bijzonderheden:
De kabeljauw kan zeer oud worden, men schat ze op 40 jaar.
Er zijn kabeljauwen in netten gevangen die meer dan 80 kilo wogen bij een lengte van tegen de twee meter.
De grootste kabeljauw aan de hengel gevangen was een exemplaar in Noorwegen van 59,9 kilo zwaar.

koolvis (Pollachius virens)

Verspreiding:
Van de kust van Zuid Spanje, tot in het noorden van Noorwegen, alsook de Oostzee.
Waterdiepte:
Tot 300 meter
Kenmerken:
Hij heeft 3 rugvinnen en 2 buikvinnen.
Hij heeft een vooruitstekende onderkaak.

Maximale maten:
Lengte: 130 cm
Gewicht:  14 kg
Voedsel:
zandspiering, schelvis, wijting, haring, weekdieren, schaaldieren en zeesterren
Bijzonderheden:
De koolvis dankt zijn naam aan het feit dat, als hij niet meteen na de vangst op de juiste manier wordt schoongemaakt de vis een teersmaak krijgt.

pollak (Pollachius pollachius)

Verspreiding:
Van Noord Noorwegen, het Kattegat, de Britse Eilanden tot West-Afrika en de westelijke Middellandse Zee. De vis prefereert een gematigd klimaat.
Waterdiepte:
Van 0 tot 200 meter
Kenmerken:
Hij heeft 3 rugvinnen en 2 buikvinnen.
Hij heeft een vooruitstekende onderkaak.
De staartvin is driehoekig, maar met een kleine aanzet tot gevorktheid.
Rugzijde donker bruingroen, zijkanten lichter olijfgroen en buikzijde witachtig. Donkere zijlijn, die ter hoogte van de voorste rugvin een vrij scherpe bocht naar boven maakt: dit is een belangrijk kenmerk, omdat bij andere kabeljauwachtigen deze bocht veel minder scherp is.

Maximale maten:
Lengte: 120 cm
Gewicht:  14 kg
Voedsel:
Kleine vissen, zoals jonge haring, spiering, sprot en garnalen.
Bijzonderheden:
Komt niet in de 12-mijlszone voor.

schelvis (Melanogrammus Aeglefinus)

Verspreiding:
Noordzee,Barentszzee en voor de Noord-Amerikaanse oostkust.
Waterdiepte:
Van 30 tot 300 meter
Kenmerken:
De Schelvis is te herkenen aan de kortere onderkaak ten opzichte van de bovenkaak.
Hij heeft een korte kindraad.
Hij heeft over zijn hele lengte een zwarte zijlijn. Tussen deze lijn en de basis van de borstvin bevindt zich een opvallende zwarte vlek.
Het bovenlichaam heeft een paarsige of groenachtig grijse kleur, de flanken zilver en het onderlichaam is wit.

Maximale maten:
Lengte:   110 cm
Gewicht:   17 kg
Voedsel:
Kreeftjes, visjes, mosselen en wadwormen.
Bijzonderheden:
In de winter trekt de Schelvis naar de kust, hierdoor kunnen er wel scholen van deze vissoort ontstaan van enkele vierkante kilometers.

leng (Molva Molva)

Verspreiding:
Voor de kust van Europa; In het noorden van de Atlantische Oceaan; Van de Barentszzee en de kustwateren van IJsland tot de golf van Biskaje; Voor de zuidkust van Groenland.
Waterdiepte:
Van 70 tot 300 meter
Kenmerken:
De Leng heeft een lange baarddraad op de onderkaak.
Hij is groenachtig bruin en  heeft een lichte marmertekening.
De aarsvin en tweede rugvin zijn lang en in de achterrand van de rugvin zit een donkere vlek.

Maximale maten:
Lengte: 220 cm
Gewicht:  40 kg
Voedsel:
De leng eet vooral middelgrote vissen (afhankelijk van de lengte van de leng), kreeften en kleine octopussen.
Bijzonderheden:
De leng heeft scherpe tanden.

lom (Brosme Brosme)

Verspreiding:
Noorwegen,de Sovjet-Unie en voor de kust van IJsland.
Waterdiepte:
Van 50 tot 500 meter
Kenmerken:
De Lom heeft ťťn langgerekte rugvin en 'n iets kortere anale vin.
De baarddraad aan de onderkaak is lang.
In het voorste deel van het lichaam gaat de zijlijn schuin naar beneden en vanaf het midden loopt hij ongeveer evenwijdig aan de anale vin.
De kleur van de Lom is grijsbruin op de rug, met iets lichtere flanken en een grijs/witte  buik. De vinnen op rug en buik hebben van buiten een lichte en van binnen een donkere rand.

Maximale maten:
Lengte:     90 cm
Gewicht:   12 kg
Voedsel:
Vis, kreeft en kleine octopussen.
Bijzonderheden:
Het grootste exemplaar dat ooit is gevangen was 110 cm lang en woog 30 kilo zwaar.

heek (Merluccius merluccius)

Verspreiding:
Leeft voornamelijk in het oostelijk deel van de Atlantische Oceaan. Hij komt in mindere mate ook in de Noordzee voor.
Waterdiepte:
Van 150 tot 500 meter
Kenmerken:
Grote langgerekte vis met twee rugvinnen, de eerste hoog en puntig, de tweede lang en laag; aarsvin lijkt op tweede rugvin.
De Europese heek is grijszilver van kleur.
De onderkant van de bek steekt naar voren en de binnenkant van de bek is zwart.

Maximale maten:
Lengte:      180 cm
Gewicht:    -- kg
Voedsel:
Bijna alles
Bijzonderheden:
In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is de heek geen kabeljauwachtige, maar is hij lid van een op zichzelf staande familie. Heek wordt ook wel zeesnoek genoemd, zijn bijnaam is "mooie meid".
Het schoonmaken van heek kan verrassende vondsten opleveren, want het is een zeer vraatzuchtige vis. Hij heeft zeer scherpe tanden.

zeewolf (Anarhichas Lupus)

Verspreiding:
Atlantische Oceaan, van Spitsbergen zuidwaarts tot de Witte Zee, van Noord Noorwegen tot rond de Britse Eilanden en Ierland; westkust van Groenland, Labrador tot Cape Cod.
Waterdiepte:
tot 200 meter
Kenmerken:
De rugvin loopt van achter de kop tot vlak voor de staartvin, maar is hiervan wel duidelijk gescheiden.
Er zijn geen buikvinnen.
De Zeewolf heeft een opvallende brede bek met krachtige taps toelopende tanden.

Hij is groen tot donkergeel; de buik is lichtgeel.
Op de flank zit een grofmazig netwerk van donkere lijnen.
Maximale maten:
Lengte:    125 cm
Gewicht:    20 kg
Voedsel:
Schelp- en schaaldieren
Bijzonderheden:
De tanden zijn zo scherp dat deze vis met gemak een hand of voet kan afbijten.

conger of zeepaling (Conger conger)

Verspreiding:
Van de Europese Middellandse zee kust, tot aan de Engelse en Ierse wateren.
Waterdiepte:
Tot 100 meter
Kenmerken:
In zijn voortbeweging lijkt de conger op een slang. Hij is wendbaar en kronkelt met gemak tussen allerlei obstakels op de bodem door.
Maximale maten:
Lengte:    300 cm
Gewicht:  110 kg
Voedsel:
vis, krab, inktvis
Bijzonderheden:
De conger houdt zich overdag schuil in spleten en wrakken, 's nachts gaat hij op jacht.


wijting (Merlangius Merlangus)

Verspreiding:
In Europa, van de Barentszzee in het noorden, tot de noordkust van Portugal, in het zuidelijk deel van de Oostzee, het westelijk deel van de Middellandse Zee en in de Adriatische- en Zwarte Zee.
Waterdiepte:
Van 5 tot 200 meter.
Kenmerken:
De rug is groenblauw, de flanken zijn zilverkleurig.
Hij heeft een zwarte vlek aan de basis van de borstvin.
Drie rugvinnen en twee anaalvinnen.
De jonge vissen hebben 1 baarddraad, de oudere vissen niet.

Maximale maten:
Lengte:    70 cm
Gewicht:    3 kg
Voedsel:
De wijting eet garnaalachtigen en kleine vis.
Bijzonderheden:
Gebakken bekend als "lekkerbekje".

haring (Clupea Harengus)

Verspreiding:
Noordelijk deel van de Atlantische Oceaan;
Wateren van het Noordpoolgebied;
Europese kust tot de golf van Biskaje;
Voor de kust van Groenland en Labrador;
Het noorden van de Stille Oceaan.

Waterdiepte:
Van 10 to 100 meter
Kenmerken:
Bij de haring zijn het zijdelings samengedrukte lijf en de ronde buik heel kenmerkend.
De onderkaak steekt vooruit en de bovenlip is niet gespleten.
Aan de onderkant van de staartvin heeft hij geen schubben.
De rug is donker gekleurd,met een groen/blauwige glans, de zijkanten zijn lichter en de buik is zilverwit. De kieuwdeksels en de flanken kunnen een gouden schittering hebben.
Het is een trekvis en leeft in scholen. (van soms miljoenen dieren).
Maximale maten:
Lengte:     40 cm
Gewicht:   0,7 kg
Voedsel:
Van groter plankton (o.m. roeibootkreeftjes), garnalen en kleinere vissen.
Bijzonderheden:
Wij, Hollanders, eten de haring bij voorkeur rauw.
In Brabant, Rotterdam en Den Haag bestaat een voorkeur voor de iets zoutere, kleine Hollandse Nieuwe, in ťťn stuk gegeten. In 020 eten ze het liefst de grotere haring, in stukjes gesneden, vaak met een stukje Ďzuurí. Ze gebruiken dan een prikkertje, want anders gaan hun vingertjes ruiken. Watjes!
De haring wordt ook nog verwerkt tot rolmops en zure haring.
De bokking is een gerookte variant en de panharing een gebakken variant.

 

zeebaars (Dicentrarchus labrax)

Verspreiding:
Oostelijke Atlantische Oceaan, van Senegal tot Zuid-Noorwegen;
Middellandse Zee en Zwarte Zee.

Waterdiepte:
Van 10 tot 100 meter.
Kenmerken:
De rug is grijs of blauw, zilverkleurige flanken en de buik is gelig of wit. De voorste rugvin is voorzien van scherpe stekels.
Maximale maten:
Lengte:    100 cm
Gewicht:    10 kg
Voedsel:
Garnalen, weekdieren en kleine vis.
Bijzonderheden:
Ook in brak water van rivierdelta's wordt de zeebaars gevangen. De grote exemplaren vangt men geregeld op wrakken.

zeeforel (Salmo trutta trutta)

Verspreiding:
Komt wereldwijd voor. In Europa is hij te vinden van Noord Spanje tot de Witte Zee (Rusland).

Waterdiepte:
Over het algemeen ondiep water.
Kenmerken:
De zeeforel heeft dezelfde lichaamsvorm als de beekforel, maar tijdens zijn verblijf in zee krijgt hij een zilveren kleur met zwarte vlekjes. Volwassen zeeforellen zijn te onderscheiden van zalmen door de grotere bek, de bredere staartwortel en de x-vormige zwarte vlekjes op het lijf. Het aantal schubben tussen het eind van de vetvin en het begin van de staartvin is bij de zeeforel 14 tot 19 (zalm 11-15). Als de zeeforel weer de rivieren optrekt verdwijnt de zilveren glans en krijgt hij zijn paaikleed.
Maximale maten:
Lengte:     140 cm
Gewicht:    20 kg
Voedsel:
Vlokreeften, insecten, zandspiering, haring en wormen
Bijzonderheden:
De zeeforel paait net als de zalm in zoet water. Is de zalm echter trouw aan zijn geboorterivier, de zeeforel niet, deze paait over het algemeen daar waar het hem op dat moment uitkomt.

geep (Belone belone)

Verspreiding:
In de oceanen van het Zuidelijk Halfrond en in de Noord-Atlantische Oceaan en Noordzee.

Waterdiepte:
Kustwateren
Kenmerken:
Rug en bovenkant van de flanken zijn groen, voor het overige zilverkleurig met geelgetinte onderzijde. Lang slank lichaam, snavelbek met zeer kleine tanden. De graten zijn groen.
Maximale maten:
Lengte:    90 cm
Gewicht:    1,3 kg
Voedsel:
Kleine visjes
Bijzonderheden:
Geep is een trekvis en paait in juni en juli, in ondiep water.

harder (Mugil curema)

Verspreiding:
Atlantische Oceaan, van IJsland tot Senegal, ook in Middellandse Zee.

Waterdiepte:
Tot uiterlijk 15 meter
Kenmerken:
Rug donkergroen of grijsblauw, zilverkleurige flanken met 6-7 grijze lengtestrepen, buik wit. Dikke bovenlip. Lange borstvinnen.
Maximale maten:
Lengte:     75 cm
Gewicht:    0,7 kg
Voedsel:
Plantaardig voedsel
Bijzonderheden:
Komt in Nederland vooral in de Zeeuwse wateren voor. De Harder komt in zout, zoet- en brak water voor.

steenbolk

Verspreiding:

Waterdiepte:

Kenmerken:

Maximale maten:
Lengte:     cm
Gewicht:     kg
Voedsel:

Bijzonderheden:
 

hondshaai

Verspreiding:

Waterdiepte:

Kenmerken:

Maximale maten:
Lengte:     cm
Gewicht:     kg
Voedsel:

Bijzonderheden:
 

horsmakreel

Verspreiding:

Waterdiepte:

Kenmerken:

Maximale maten:
Lengte:     cm
Gewicht:     kg
Voedsel:

Bijzonderheden:
 

makreel

Verspreiding:

Waterdiepte:

Kenmerken:

Maximale maten:
Lengte:     cm
Gewicht:     kg
Voedsel:

Bijzonderheden:
 

rode poon

Verspreiding:

Waterdiepte:

Kenmerken:

Maximale maten:
Lengte:     cm
Gewicht:     kg
Voedsel:

Bijzonderheden:
 

puitaal

Verspreiding:

Waterdiepte:

Kenmerken:

Maximale maten:
Lengte:     cm
Gewicht:     kg
Voedsel:

Bijzonderheden:
 

bot

Verspreiding:

Waterdiepte:

Kenmerken:

Maximale maten:
Lengte:     cm
Gewicht:     kg
Voedsel:

Bijzonderheden:
 

schar

Verspreiding:

Waterdiepte:

Kenmerken:

Maximale maten:
Lengte:     cm
Gewicht:     kg
Voedsel:

Bijzonderheden:
 

schol

Verspreiding:

Waterdiepte:

Kenmerken:

Maximale maten:
Lengte:     cm
Gewicht:     kg
Voedsel:

Bijzonderheden:
 

tong

Verspreiding:

Waterdiepte:

Kenmerken:

Maximale maten:
Lengte:     cm
Gewicht:     kg
Voedsel:

Bijzonderheden:
 

tarbot (Psetta maxima)

Verspreiding:
Atlantische Oceaan, van het midden van Noorwegen tot Gibraltar, Oostzee, Middellandse Zee en Zwarte Zee.

Waterdiepte:
Van ondiepe kustwateren tot 80 meter
Kenmerken:
Het lijf is rond van vorm en wordt dikker naarmate hij groter wordt. De Tarbot lijkt op de Griet, maar heeft in tegenstelling tot deze vis goed voelbare botknobbels.
Hij heeft geen zijlijn.
Hij heeft 1 dorsale vin en 1 anale vin.
De vis past zich aan, aan de kleur van de bodem.
De onderzijde is transparant wit.

Maximale maten:
Lengte:    100 cm
Gewicht:    25 kg
Voedsel:
Vis
Bijzonderheden:
Is een delicatesse

griet

Verspreiding:

Waterdiepte:

Kenmerken:

Maximale maten:
Lengte:     cm
Gewicht:     kg
Voedsel:

Bijzonderheden:
 

heilbot (Hippoglossus hippoglossus)

Verspreiding:
Atlantische Oceaan bij Noorwegen, IJsland, Groenland en Noord-Amerika

Waterdiepte:
30 tot 2000 meter
Kenmerken:
Een lang smal plat lijf, dik in het midden.
Een flinke bek,
met veel tanden.
De onderkaak reikt tot halverwege het onderste oog en steekt naar voren.
De bovenzijde van is grijsbruin, maar als hij ouder wordt, is de kleur donker, tot bijna zwart.
De onderzijde is wit.
De zijlijn loopt van de staart, in een boog om de borstvin heen.

Maximale maten:
Lengte:    400 cm
Gewicht:  300 kg
Voedsel:
Schelpdieren, krabben en vis
Bijzonderheden:
De Heilbot is een roofvis en jaagt zowel op de bodem, als in de hogere waterlagen.

pijlstaartrog

Verspreiding:

Waterdiepte:

Kenmerken:

Maximale maten:
Lengte:     cm
Gewicht:     kg
Voedsel:

Bijzonderheden: