Lacs de l'Eau d'Heure
 

Startpagina

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Aangepast zoeken
 

Lacs de l’Eau d’Heure 2007

 

Ik keek er al weer lang naar uit. Eindelijk weer een vakantie, waarin ik weer kon gaan vissen. De vorige was in juli/augustus 2006 en al was dat in het heilige Walhalla van de karpervisser, het Lac de Saint-Cassien, het was niets geworden, zoals in al zoveel vakanties. Dus was ik er op gebrand, om in de Lacs de l’Eau d’Heure, in Wallonië in België,alles uit de kast te halen, om maar weer eens succes te hebben. Hetzelfde gold voor zoon Collin. De vergunningen waren al ruim van te voren, via de website van de Wallonische bond, geregeld. Meer hierover op de pagina Stek-info. We zaten in een bungalow op het gelijknamige park van Landal. Oma trakteerde, want zij was 75 jaar geworden. Schoonzus, zwager en de twee meiden waren ook mee. Ook voor hen was er genoeg te doen, zoals een springkussen en een mooi zwembad, met glijbaan en stroomversnelling. Maar zoals altijd als ik naar België ga en in het bijzonder de richting van Charleroi, er ging weer van alles mis. Nu eens niet direct de schuld van de Belgen, maar toch.

M’n oudste zoon Bryan zou op studiereis gaan met z’n klas, naar Londen en je raad het al, dat moest natuurlijk net in de week voor onze vakantie plaats vinden. Leuk voor hem, dan kon ie gelijk door naar België, als ie terug kwam. Ze zouden op vrijdagavond omstreeks 19.00 uur terug zijn. Wij zouden dan klaar zijn, hem ophalen en gelijk doorrijden naar België. De familie ging eerder, maar ook te laat voor de receptie, hadden dus opgebeld, zodat ze de sleutels in het restaurant konden afhalen. Helaas! Eerst een sms-je dat de bus een shuttle trein eerder zou hebben bij de kanaaltunnel, wat achteraf dus niet zo was. Je gaat dan al op 18.00 uur rekenen. Vervolgens een sms-je dat ze al voor Antwerpen reden. Juichstemming dus, want dan konden we eerder weg.

Maar daarna alleen maar ellende, de bus kwam door een ongeluk op de ring Antwerpen in een file vast te staan, waardoor de chauffeur ook nog eens, eenmaal in Nederland, een uur langs de kant moest gaan staan i.v.m. zijn rijtijden. Om een lang verhaal kort te maken, we gingen maar naar de Chinees. Wat heeft die er nu weer mee te maken? Je moet toch een keer eten. Ons ventje kwam pas om 21.45 uur aan op school en dat werd mij te laat, om nog naar België te gaan, dus eerst maar ff slapen.

Vroeg er uit, omstreeks 04.00 uur en dan rustig aan naar Froid-Chappelle, waar het park gelegen was. Zo gezegd zo gedaan. Ook beter voor Bryan, kon ie nog een beetje uitrusten van de lange busreis. Denk nu niet dat het ritje door België vlekkeloos verliep. O nee, eerst reed ik op een parkeerplaats te ver een parkeervak in en je hebt daar van die betonnen goten langs de weg, dus ook op die parkeerplek. Achter die goot stond dan ook nog een stoeprand. Je snapt ‘t al, ik reed die goot in en de bumper van de auto klapte op die stoeprand. De schade viel mee, een paar krasjes. Vervolgens namen we de horde Charleroi redelijk goed, nah ja! Op een rotonde gingen we dankzij tomtom een afslag te vroeg en kwamen toen in het Marokko van Charleroi terecht. Verder werd het buurtje bevolkt door zwartoog zombies, wat mijns inziens duidde op een flinke populatie junks. Via veel eenrichtingsstraten kwamen we uiteindelijk weer op de rotonde en vervolgende onze weg richting Philippeville. De goede weg dus, want het is de zelfde kant op als Lac des Vieilles Forges in Frankrijk. Echter, tomtom kende het adres van het Landalpark niet en ook de straat kende die niet, dus hadden we een straat uitgekozen die als twee druppels water op ons adres leek. Fout!!! We zaten wel in de goede omgeving, maar werden vierkant het bos ingestuurd. Nah heb ik ‘n enorm richtingsgevoel en ik wist dus gelijk, na 10 km, dat ik fout zat. Ben dus op dat richtingsgevoel afgegaan en op zoek gegaan naar bordjes.

Met succes, jawel! Om ca. 09.30 uur waren we zelfs nog op tijd aanwezig om de rest van de familie uit bed te zien komen. Uitpakken dus en eerst maar boodschappen doen in Philippeville. Aankomst dus op zaterdag, ‘n heel klein beetje veel doorgedraaid, want ik had de vorige dag de hele dag op hete kolen gezeten, om vervolgens m’n bed in te moeten, dus nu maar niet vissen. Heb ik nog helemaal niks gezegd over al het moois ik al gezien had. Een en al heuvels en bossen en in het voorbij rijden had ik het Lac de Falemprise, het Lac de l’Eau d’Heure en het Lac de Plate Taille al gezien. Wat een mooie meren! De andere twee meren, Lac du Ri Jaune en Lac de Feronval lagen de andere kant op en heb ik op eenmaal voorbij rijden na, niet gezien, maar ook mooi. Wij zaten aan Lac de Plate Taille, 350 ha groot en bij de dam 50 meter diep. Aan de andere kant van de enorme stuwdam lag Lac l’Eau d’Heure, ook zo’n 300 ha, maar dan 79 meter lager. Maar uh? Wanneer ga we nah eens vissuh? Komt nog! Eerst weer wat boodschapjes en via de receptie wisten we dat we ook in Cerfontaine onze boodschappen konden doen. Op de terugrit even een ommetje gemaakt langs Lac de Falemprise. De karpers die ik lekker in het zonnetje zag luieren daargelaten, was ik meteen verkocht met dit meer, omdat het makkelijk bereikbare stekken had en niet al te diep leek. De beslissing was genomen, hier moest gevist worden! Collin ging mee vissen en we vonden een stek naast een stukje bos, een meter of 30 van de weg af. Erg ondiep langs de kant ( nog geen halve meter de eerste 10 meter) en helder. Dus ver gooien, maar dat lukt niet zo, als je met een PVA-zakje voert. Maar ‘t was ver genoeg, de eerste halve runs kregen we binnen het uur, maar nog geen vis. Maar het was niet voldoende, het geduld van Collin werd flink op de proef gesteld en op een gegeven moment vroeg ie of ie ver mocht gooien, dan had ie wat te doen.

 

 

Tuurlijk jongen, maar dan kun je geen PVA-zakje gebruiken, om te voeren. Geeft niet. Hij gooide bijkant bijna 75 meter schat ik en lag dus lekker ver weg. Ik vertrouwde toch iet meer op m’n PVA-zakjes. Dan maar dichterbij. Maar na een kwartiertje kreeg hij het gelijk aan zijn kant met een enorme run! Hangen! Ik liet hem z’n gang gaan, het was immers z’n eerste karper niet. Ik maakte de onthaakmat nat, legde de camera klaar en zorgde dat de weegtoestanden gereed waren. Ondertussen was er een nieuwsgierige Waal bij komen staan, die de kromme hengel vanuit zijn auto gezien had. Collin was ondertussen in gevecht met de vis en het leek een grote te zijn! En het was een grote! Ik hielp hem scheppen en maakte er foto’s van. Je had dat bekkie moeten zien! Zijn grootste! Dat was duidelijk! Maar hoe zwaar? Dus eens ff wegen en de mooie dikbuikige Franse spiegel bracht 24 pond op de klok. Een verdubbeling van zijn PR! Formidabele! Volgens de Franstalige Belg, die op alle mogelijke manieren aan mijn zoon liet blijken het een enorme vis te vinden.

Trots als ‘n pauw was ie, toen ie ‘m weer liet zwemmen. Voor hem kon deze vakantie niet meer stuk en voor mij ook niet, want ik gun ‘t hem van harte! Uiteraard putte ik er de hoop uit, dat het mij nu ook weer eens zou gaan lukken op vakantie. Echter de rest van de tijd leverde behalve nog twee halve runs en wat losse piepjes niets meer op. De door m’n zwager klaargemaakte spaghetti smaakte in elk geval goed bij thuiskomst. Dat zoonlief een 24 ponder ving moest ik natuurlijk de hele week horen en nu nog. De dag erop moest er natuurlijk ergens anders gevist worden. Logisch, als je zoveel verschillende stekken ter beschikking hebt. Ook nu gingen we weer naar Lac de Falemprise, maar de keus viel nu op de smalle zijarm van het meer.

 

 

We gingen op de eerste stek zitten, waar we de auto achter ons kwijt konden en waar we beschut zaten tegen de wind. Onder de bomen was wat beschutting tegen de zon, die behoorlijk z’n best deed om ons rood te krijgen. Het water was een kom van ca. 100 meter rond, met ook nog 2 zijsloten aan het uiteinde. Ideale paaiplaats leek me, dus zou er karper aanwezig moeten zijn, wat overigens ook bleek uit de grote berg troep op de stek, afkomstig van de vele voorgangers, die daar al gezeten hadden. De vangst van een tak en een plastic zak deden vermoeden dat de bodem er niet anders uitzag. Om kort te zijn, geen beet, geen vis, zelfs niet gezien, maar toch een lekker visdagje. Maar zeg nu zelf, mooie stek toch? De volgende dag ging ik alleen op pad, Collin had natuurlijk z’n vis al gevangen en ging liever met z’n broer en nichtjes zwemmen. Ik besloot om weer naar Lac de Falemprise te gaan, echter deze maal aan de overkant van de stek waar ik de eerste keer zat.

Goed parkeren in de berm, even een dijkje af, om vervolgens op een mooi graskantje te komen, met honderden meters stek. Ik begon goed! Even het dijkje af, met m’n handen vol met spullen gleed ik uit, herstelde en bleef vervolgens achter een wortel haken. Er was geen redden meer aan. Ik ging plat op m’n giechel, met m’n gezicht midden in de brandnetels. Kapotte knieën en brandende handen en gezicht. Toch maar gewoon doorgaan. Die Waalse picknickers aan de overkant moeten dubbel gelegen hebben, als ze het hebben gezien. In de loop van de dag verbrandde ik ook nog behoorlijk. Resultaat op deze mooie stek: een halve run en verder niets. Hierna mocht ik in het huisje ook nog eens de BBQ bedienen, zodat er ook nog een paar dikke ogen van de rook bijkwamen. Alleen vissen was er niet bij, de familie wilde ook nog wat uitstapjes maken. Op de vorige pagina zag je wat plaatjes van ons bezoekje aan de “Blunder van de Eeuw” , de scheepsliften van Strepy-Thieu. De liften moesten en zouden er komen en moest als het ware Wallonië weer op de kaart zetten. De bouw kostte echter teveel en de exploitatie is niet rendabel. De lift overbrugd het hoogteverschil in het Canal du Centre, welke de Maas met de Schelde verbindt. Het hoogteverschil bedraagt 88 meter. De lift bevindt zich in een bouwwerk van 117 meter hoogte.

 

 

A: Het complete liftgebouw

B: Een van de machinekamers

C: Een blik op een van de liftbakken, met daarin een aantal
    schepen.

D: Een blik op het Canal du Centre vanaf het liftgebouw.

Er waren nog meer bezoekjes, zoals die aan de “Grotten van Neptunus” en aan de “Brasserie de Fagnes”. de grotten van Neptunus loop je een eind door mooie druipsteenzalen en neem je vervolgens het bootje, om ook nog een stukje op de onderaardse rivier te varen. Het plafond was soms zo laag dat je gebukt in de boot moest zitten. Toen gebeurde het! Ik zag dat mijn vrouw niet oplette en dreigde haar hoofd te stoten, dus gaf ik een brul en maakte een beweging, om haar omlaag te trekken. Op het zelfde moment had zij het gevaar door en dook naar voren. Hierdoor dook ze hard op mijn uitgestoken vuist en liep bijna een blauwe kijker op. Mijn hulp werd me niet echt in dank afgenomen. Vervolgens kregen we, in de boot, in een grote zaal vol stalagtieten en stalagmieten, of hoe die dingen ook heten, een licht en waterspektakel te zien, op muziek van Vangelis. Was de moeite waard, echt! Ik zag daar ook nog scholen blinde visjes rondzwemmen, dus zelfs daar begon het al weer te kriebelen. (bovenste 2 foto’s)

 

 

De Brasserie de Fagnes was een wens van mij. Ik wilde wel eens een bierbrouwerij bezoeken. Op de onderste 2 foto’s is die brouwerij te zien. Stelde dus niet veel voor. De brasserie was eigenlijk een grote bierhal, met daarbij dat brouwereitje en een stukje museum, waar je allerlei oude machines, flessen, glazen, etc. kon bekijken, die in vroeger tijden voor het brouwen van bier waren gebruikt. Interessant! Verder was er ook nog een winkeltje, waar de daar gemaakte producten gekocht konden worden en dat hebben we, als liefhebber, dan maar gedaan ook! De familie deed ook nog een aantal dingen zonder mij, want ik was ook nog wel eens aan het vissen.

 

 

A: Hier zijn ze aan het mini-golfen op het park.

B: Bryan en Paul, mijn zwager aan het karten. Hier was ik
    er wel bij, maar iemand moet de plaatjes maken en
    karten is mijn ding niet.

C: Vlakbij de Barrage Plate Taille kon je een rondrit/vaart
    maken met de amfibiebus “Crocodile Rouge”. Uitzicht
    over Lac de Plate Taille door de voorruit van de bus.

D: “Crocodile Rouge” aan land.

Een aantal andere activiteiten zijn : het zwembad, met stroomversnelling en glijbaan; Het springkussen, erg populair bij Collin en zijn nichtjes; een schaatsbaan, welke in de winter van ijs voorzien is en daarbuiten van kunststof is; een kleine kinderboerderij; veel wandel- en fietsroutes; alle denkbare watersporten, zoals zeilen, duiken, waterscooters, waterskien en kanoën. Ook kun je er parasailing doen (met motortje). Lac de Falemprise heeft een strand en speeltuin. Etc. Teveel om op te noemen. Het park zelf krijgt ook een strand en een zeilhaven, deze zijn nu nog in aanbouw, evenals een appartementengebouw.

Toch maar weer even verder met vissen, want daar gaat dit toch over. De vierde sessie ging ik maar eens dichter bij huis, uiteindelijk ligt het grootste meer, Lac de Plate Taille, vlak voor de deur en moest ik het daar toch ook eens proberen.

 

Mooi water, een brandende zon en geen enkel piepje gehad. Zo, dat is gauw klaar en dat ging toch over een hele middag. Natuurlijk moet je geluk hebben op zo’n groot meer (350 ha), waar het over het algemeen ook gelijk al veel dieper is dan op de kleinere meren. Zou je het hier goed willen doen, dan zijner lange voersessies van een paar dagen nodig en die tijd had ik natuurlijk wel, maar niet genoeg voermiddelen. Het voeren bleef dus maar beperkt tot mijn beproefde PVA-zakjes en helaas zonder succes. De laatste keer, ook weer alleen, ging ik toch maar weer naar Lac de Falemprise en uiteraard naar dezelfde kant als de eerste keer, alleen nu zo’n 300 meter verder, want ons eerste stekkie was bezet. Om kort te zijn, ook nu weer niks gevangen, maar geluid genoeg gehad. Op een bepaald moment zelfs 3 hele trage runs in 5 minuten tijd, allen mis! Waarschijnlijk een school brasem, die een potje voetbalde met mijn boilies. Maar later toch ook nog een echte gierende karperrun, maar op het moment dat ik m’n hengel pak, liet ie los, balen! Het was weer niet gelukt, in een vakantie wat te vangen. Al deed het me plezier, dat in elk geval Collin een mooie had gevangen. Nog even genieten van de zonsondergang en toen zat het erop.

De volgende dag weer naar huis, na een lekkere week ontspannen, met zomers mooi weer en dat voor april/mei. De rit terug ging zo maar eens zonder problemen en dat in België! Tot slot nog even eten bij mijn schoonmoeder, die natuurlijk vreselijk bedankt wordt, door ons, want zij trakteerde uiteindelijk op deze vakantie. En met een Chineesje eindigden we de vakantie, zoals we hem begonnen waren. De vergunningen zijn een jaar geldig en zo ver is het niet, dus wie weet, misschien ga ik het er dit jaar nog wel een weekendje proberen. Jammer dat nachtvissen er verboden is. In elk geval in augustus weer een buitenlandse kans, op Camping Bois de Reveuge, in Frankrijk, met zijn etang van 1 ha op de camping, of in etang de Fallon, van 9 ha, iets verder weg.

MVG metalman